Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Op 16 februari 2021, omstreeks 11.00 uur, bevonden wij ons op het adres [adresgegevens verdachte] . Aldaar is woonachtig [verdachte] . Wij zagen dat er rondom het perceel verschillende diersoorten gehouden werden. Onderweg naar de woning zag ik, [verbalisant 1] , [medeverdachte] welke naar de poort liep. Daar ik van een vorige controle wist dat er in een soort bijkeuken bij deze eerdere controle onder slechte omstandigheden honden gehouden werden begaf ik mij naar deze ruimte. Ik zag een ruimte waar enkele kleine hokken stonden waarin zich hondjes bevonden. Ik zag dat deze verblijven licht vervuild waren en dat de dieren die erin zaten geen water hadden. Vervolgens begaf ik mij in de schuur. Ik rook dat in dit gedeelde een onaangename geur van ontlasting en urine hing. In deze gang zag ik een hond lopen welke een grote open wond op zijn rug had. Ik hoorde van [medeverdachte] en [verdachte] dat het een bijtwond betrof. Alle ruimtes waren vervuild. Overal lagen al dan niet bruikbare spullen en afval. Grenzend aan de binnenplaats bevond zich een verblijf met enkele honden met pups en een zwangere teef met open doorligwonden. Verder werden buiten het gebouw ook nog honden gevonden. In een losstaand gebouw was een gedeelte ingericht als hondenverblijf. De verblijven waren ernstig vervuild. De honden hadden een vervuilde vacht, met name de honden met een langharige vacht. Met toestemming van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland werden in totaal 79 honden meegevoerd en opgeslagen. Bij het invangen van deze honden bleek dat bijna alle dieren zeer angstig waren. Alle dieren stonken naar urine en ontlasting. Tijdens het invangen van honden en pups bemerkte ik, [verbalisant 2] , dat in meerdere verblijven de bovenste laag bodembedekking er schoon uitzag, maar dat tijdens het invangen de onderste laag bodembedekking naar boven kwam. Ik zag dat deze onderlaag, zaagsel dan wel krantenknipsels, doordrenkt was met urine en ik rook dat er tijdens het invangen een zeer sterke ammoniaklucht omhoogkwam. In deze was sprake van het onthouden van de nodige zorg ten aanzien van alle dieren en in het bijzonder van de dieren die werden meegenomen. Dat was de mening van de dierenarts van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), [naam dierenarts 1].”
Op 16 februari 2021 werden door mij beoordeeld: ca. 110 honden, 4 paarden, 1 ezel.
Op 11 maart 2021 omstreeks 10.45 uur bevonden wij ons op bedrijf van overtreder [medeverdachte] , gevestigd aan de [adresgegevens verdachte] . Daar spraken wij [naam 1] en [verdachte] , de moeder van [medeverdachte] . [naam 1] deelde mij mede: “De hele hondenhandel is meer [medeverdachte] zijn ding. De moeder van [medeverdachte] werkt ook mee met het verzorgen van de dieren.”
Op 24 augustus 2021 kwam via het telefoonnummer 144 een melding van een persoon die
Op 8 september 2021 heb ik op vraag van de LID de honden van [medeverdachte] onderzocht en beoordeeld. Hierbij is ook gekeken naar de omstandigheden waarin de dieren gehouden worden.
nietvoldeed. Bovendien heeft de verdachte, los van de (retorische) vragen of dieren niet permanent over schoon drinkwater zouden moeten kunnen beschikken en of het starten met een verzorgings-ronde om 11.00 uur in de gegeven omstandigheden niet aan de late kant is, in dit kader op zitting ook verklaard dat het beschikken over water in sommige verblijven ook niet mogelijk was vanwege de vrieskou. De vrieskou ontslaat verdachte echter niet van de verplichting om de dieren over schoon drinkwater te laten beschikken. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank dan ook voldoende komen vast te staan dat in ieder geval ten aanzien van de honden in die verblijven de nodige verzorging is onthouden door hen geen toereikende hoeveelheid drinkwater te geven.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen.