Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2023:5042

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 augustus 2023
Publicatiedatum
28 augustus 2023
Zaaknummer
ROE 22/868
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking WIA-beroep wegens tegemoetkoming UWV

Verzoekster, Gepla B.V., stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarin een bezwaar ongegrond werd verklaard omtrent een WIA-uitkering aan haar ex-werknemer. Na wijziging van het besluit door het UWV, waarbij alsnog een IVA-uitkering werd toegekend, trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten, met uitzondering van de kosten voor de orthopedische expertise waarvoor geen urenspecificatie werd overlegd. De kosten voor de medische adviseur werden wel als redelijk beoordeeld en komen voor vergoeding in aanmerking.

De rechtbank baseerde haar oordeel op de artikelen 8:54, 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tevens wees de rechtbank op de verplichting van het UWV om het betaalde griffierecht te vergoeden.

De uitspraak werd gedaan door rechter R.J. van Lochem en griffier L. Zwager op 24 augustus 2023 en is zonder zitting uitgesproken.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van verzoekster ter hoogte van € 2.458,88.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: ROE 22/868

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

Gepla B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , verzoekster

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV.

Procesverloop

Met het besluit van 17 augustus 2021 (het primaire besluit) heeft het UWV aan de ex-werknemer van verzoekster een uitkering toegekend op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is bepaald op 100%.
Met het besluit van 10 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Met het besluit van 18 april 2023 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd en aan de ex-werknemer van verzoekster alsnog een IVA [1] -uitkering toegekend per 7 september 2021.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken en heeft zij verzocht het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Het UWV heeft de rechtbank medegedeeld akkoord te gaan met de veroordeling in de forfaitaire proceskosten die gemaakt zijn in de beroepsprocedure. Het UWV stemt niet in met vergoeding van de factuur van Santcleire B.V. ter hoogte van € 3.146,00 inzake de orthopedische expertise, omdat een urenspecificatie ontbreekt.
Verzoekster heeft hierop gereageerd dat zij geen urenspecificatie kan overleggen, omdat zij complete expertises inkoopt.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is het UWV tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster.
4. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt het UWV in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt de kosten voor rechtsbijstand door een gemachtigde met toepassing van het Bpb vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- met een wegingsfactor 1).
5. Ook komen in beginsel voor vergoeding in aanmerking de kosten die verzoekster redelijkerwijs heeft moeten maken voor inschakeling van medische deskundigen. Verzocht is om vergoeding van de factuur van Santcleire B.V. van 3 november 2022 ter hoogte van € 3.146,- inclusief btw (€ 2.600,- exclusief btw) en de factuur van medisch adviseur [naam adviseur] , werkzaam bij [bedrijfsnaam] , van 12 juli 2023 ter hoogte van € 1.621,88 inclusief btw (€ 1.340,40 exclusief btw).
6. De rechtbank acht de kosten van het inschakelen van de medisch adviseur van [bedrijfsnaam] ter hoogte van € 1.621,88 inclusief btw (€ 1.340,40 exclusief btw) redelijk. Deze kosten komen derhalve voor vergoeding in aanmerking.
7. Het verzoek van eiseres om vergoeding van de kosten voor de door haar ingebrachte orthopedische expertise ter hoogte van € 3.146,- inclusief btw (€ 2.600,- exclusief btw) wijst de rechtbank af, omdat de factuur geen urenspecificatie bevat. De rechtbank kan daarom niet vaststellen of, en zo ja welke bedragen, voor vergoeding in aanmerking komen.
8. Het totaalbedrag van de te vergoeden kosten bedraagt daarmee € 2.458,88 (€ 837,- +
€ 1.621,88).
9. De rechtbank wijst erop dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 365,- te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 2.458,88.
Deze uitspraak is gedaan op 24 augustus 2023 door mr. R.J. van Lochem, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Zwager, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op 24 augustus 2023
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten