ECLI:NL:RBLIM:2023:4489
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. Bastiaans
- H.E.G. Peters
- J.M.E. Kessels
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid hennepplantage en diefstal elektriciteit en water
De rechtbank Limburg behandelde op 14 juli 2023 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het telen van ongeveer 1080 hennepplanten en het stelen van elektriciteit en water in een loods achter een woning te Echt. De officier van justitie stelde dat de primaire feiten wettig en overtuigend bewezen waren, onder meer op basis van de vondst van de hennepplantage, sleutelbossen en aangiftes van diefstal.
De verdediging voerde aan dat verdachte de ruimte had verhuurd aan een derde en zelf niet woonachtig was op het adres. Ook werd aangevoerd dat verdachte in de relevante periode in Ghana verbleef en geen beschikking had over de sleutel van de hennepplantage. Daarnaast was het politieonderzoek volgens de verdediging onvoldoende zorgvuldig uitgevoerd.
De rechtbank stelde vast dat verdachte tijdens het politieverhoor en de zitting tegenstrijdige verklaringen had afgelegd over eigendom en verhuur, maar dat de verklaring ter zitting ondersteund werd door stukken en niet als ongeloofwaardig kon worden verworpen. Het politieonderzoek was summier en liet belangrijke vragen onbeantwoord, zoals de herkomst van de sleutelbos en de betrokkenheid van andere bewoners.
Gezien het ontbreken van voldoende wettig bewijs en de onduidelijkheden in het dossier, oordeelde de rechtbank dat niet buiten redelijke twijfel vaststond dat verdachte betrokken was bij de hennepplantage of de diefstal van elektriciteit en water. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs van betrokkenheid bij hennepplantage en diefstal.