Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Limburg
Eiser, voormalig steigerbouwer, heeft bezwaar gemaakt tegen de herbeoordeling van zijn WIA-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 52,94%. Hij stelde dat zijn medische situatie en beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld.
De rechtbank oordeelt dat het UWV zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek heeft verricht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft alle klachten adequaat beoordeeld en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op overtuigende wijze opgesteld. De arbeidsdeskundige heeft passende functies geselecteerd die eiser nog kan uitvoeren, wat de mate van arbeidsongeschiktheid ondersteunt.
De rechtbank wijst het beroep af omdat eiser onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd heeft betwist dat de vastgestelde arbeidsongeschiktheid juist is. Ook is geen sprake van strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De WIA-uitkering wordt derhalve per 1 juli 2024 verlaagd conform het bestreden besluit.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is vastgesteld op 52,94% arbeidsongeschiktheid.