Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de conclusie van repliek in oppositie van [gedaagde, eiseres in verzet]
- de akte uitlating van [eiser, gedaagde in verzet] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eiser stelde dat hij een liefdesrelatie had met gedaagde en dat hij haar diverse geldbedragen had geleend, in totaal €24.208,00, die hij terugvorderde. Gedaagde betwistte dit en voerde aan dat zij escortdame is en de betalingen dienden als vergoeding voor haar diensten. De kantonrechter onderzocht de aard van de betalingen aan de hand van overboekingsomschrijvingen en Whatsapp-berichten.
De omschrijvingen bij de overboekingen bevatten termen die duidelijk wijzen op betalingen voor escortdiensten, zoals verwijzingen naar seksuele handelingen en afspraken, en ook de Whatsapp-berichten bevestigden dat eiser betaalde voor erotische foto’s en escortdiensten. Hoewel eiser hoopte op een relatie en samenwoning, was dit niet gerealiseerd en veranderde de relatie niet in een leningsovereenkomst.
De kantonrechter verwierp het beroep op nietigheid van de oorspronkelijke dagvaarding en oordeelde dat de vorderingen van eiser onvoldoende waren onderbouwd om te bewijzen dat sprake was van leningen. Daarom werd het verstekvonnis vernietigd en de vorderingen afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van €1.058,00.
Uitkomst: De vorderingen tot terugbetaling van de geldbedragen worden afgewezen omdat de betalingen waren voor escortdiensten en geen leningen.