Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] ,
2.[gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 januari 2023 tevens houdende incidentele vorderingen met de producties 1 t/m 22,
- de akte overlegging producties aan de zijde van [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] van 26 april 2023 met de producties 14a t/m 19;
- de incidentele conclusie van antwoord van 10 mei 2023 met de producties 1 t/m 5,
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van 7 juni 2023 met de producties 1 t/m 13,
2.De feiten
2.De verdere beoordeling in conventie en in reconventie
3.De beslissing
3.De vordering in de hoofdzaak
€ 427.193,98 in mindering strekt een bedrag van € 159.581,71 (zijn aandeel in de banksaldi per 30 maart 2022) en in mindering strekt € 154.475,76 (zijn overbedelingsvordering in de nalatenschap van moeder), zodat door [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] (na toedeling van het pand in [plaats 2] en de overige activa zoals vermeld in het vonnis) bij levering van de woning aan de [adres] aan [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] nog een totaalbedrag van € 113.136,51 aan [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] en [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] verschuldigd is, derhalve aan [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] een bedrag van € 56.568,25 en aan [gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident] eveneens een bedrag van € 56.568,25, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vaststellen;
€ 65.536,98 uit hoofde van door [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] van de ervenrekening gepinde/overgeboekte bedragen ten behoeve van privé-uitgaven van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] , te vermeerderen met de in 2009 en 2022 door [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] van de ervenrekening gepinde/overgeboekte bedragen ten behoeve van privé-uitgaven van [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] ;
€ 327.223,48 uit hoofde van door [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] van de ervenrekening gepinde/overgeboekte bedragen;
4.Het geschil in het incident
Primair
Subsidiair
5.De beoordeling in het incident
6.De beslissing
9 augustus 2023voor het nemen van een akte door [gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident] over hetgeen is vermeld in de r.o. 5.4, waarna [eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident] op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,