Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
aangever [aangever 1]ter plaatse hebben het volgende gerelateerd: [3]
aangever [aangever 1]ter plaatse en hebben het volgende gerelateerd: [4]
aangever [aangever 1]bekeken en heeft in het proces-verbaal van bevindingen met proces-verbaalnummer PL2300-2023037990-34 het volgende gerelateerd: [5]
aangever [aangever 1]bekeken en heeft het volgende gerelateerd: [7]
aangever [naam 7]het volgende gerelateerd: [10]
The Maastricht Forensic Institute (TMFI)volgt dat de bloedsporen met SIN AAQJ4233NL en SIN AAQJ4232NL matchten met het DNA-profiel van de verdachte: [14]
[naam 12]hebben forensisch onderzoek verricht aan de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 9] : [28]
The Maastricht Forensic Institute (TMFI)volgt dat het bloedspoor met SIN AAQJ4994NL matchte met het DNA-profiel van de verdachte: [29]
[naam 12]hebben forensisch onderzoek verricht aan de Seat Ibiza met kenteken [kenteken 11] : [35]
The Maastricht Forensic Institute (TMFI)volgt dat de bloedsporen met SIN AAQJ4992NL en SIN AAQJ4993NL matchten met het DNA-profiel van de verdachte: [36]
[naam 12]hebben forensisch onderzoek verricht aan de Volkswagen T-Roc met kenteken [kenteken 12] : [38]
The Maastricht Forensic Institute (TMFI)volgt dat het bloedspoor met SIN AAQ34231NL matchte met het DNA-profiel van de verdachte: [39]
aangever [benadeelde 3]het volgende gerelateerd: [40]
[benadeelde 3] herkend als de zijne en terug gegeven.
s, die aan [naam 13] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
een gevangenisstrafvan
12 maanden, waarvan
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- wijst toede vordering van de benadeelde partij
[benadeelde 1]ten aanzien van feit 6 en veroordeelt de verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 75,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over dat bedrag te rekenen vanaf 11 maart 2023 tot de dag der algehele voldoening; - veroordeelt de verdachte in de kosten van de procedure, de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, en begroot deze aan de zijde van [benadeelde 1] tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling
- bepaalt de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast op
- bepaalt dat voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, in zoverre daarmee de verplichting tot betaling aan [benadeelde 1] komt te vervallen en andersom dat voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan [benadeelde 1] , in zoverre daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
- wijst toede vordering van de benadeelde partij
[benadeelde 2]ten aanzien van feit 10 en veroordeelt de verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 75,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over dat bedrag te rekenen vanaf 11 maart 2023 tot de dag der algehele voldoening; - veroordeelt de verdachte in de kosten van de procedure, de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, en begroot deze aan de zijde van [benadeelde 2] tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling
- bepaalt de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast op
- bepaalt dat voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, in zoverre daarmee de verplichting tot betaling aan [benadeelde 2] komt te vervallen en andersom dat voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan [benadeelde 2] , in zoverre daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
- wijst toede vordering van de benadeelde partij
[benadeelde 3]ten aanzien van feit 11 en veroordeelt de verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
€ 75,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over dat bedrag te rekenen vanaf 11 maart 2023 tot de dag der algehele voldoening; - veroordeelt de verdachte in de kosten van de procedure, de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, en begroot deze aan de zijde van [benadeelde 3] tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling
- bepaalt de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast op
- bepaalt dat voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, in zoverre daarmee de verplichting tot betaling aan [benadeelde 3] komt te vervallen en andersom dat voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan [benadeelde 3] , in zoverre daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.