Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG,
STICHTING VIA JEUGD, hierna te noemen: de jeugdhulpaanbieder,
1.Het procesverloop
- mr. van Ek namens de minderjarige;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De minderjarige verzocht om vervallenverklaring van zijn opname in een gesloten jeugdhulpvoorziening, omdat de jeugdhulpaanbieder het plaatsingsbesluit niet tijdig schriftelijk had vastgelegd en het besluit niet door een bevoegde medewerker was genomen. De minderjarige had zich aanvankelijk niet gemeld, maar later wel, waarna hij alsnog uit de gesloten setting wegliep. De ouders en de gecertificeerde instelling (GI) gaven hun standpunten, waarbij de GI stelde dat de wettelijke vereisten waren nageleefd, maar de jeugdhulpaanbieder erkende dat het besluit niet op het juiste moment was genomen en door onbevoegden was genomen.
De kinderrechter oordeelde dat het besluit tot opname niet voldeed aan de wettelijke eisen van artikel 6.1.6 lid 6 Jeugdwet, omdat het besluit pas twaalf dagen na de feitelijke opname schriftelijk werd meegedeeld en niet door de bevoegde medewerker was genomen. Tevens ontbrak een concrete motivering van de overtredingen van de minderjarige, wat de rechtsbescherming schaadt. Hierdoor is de opname onrechtmatig en wordt deze vervallen verklaard.
De voorwaardelijke machtiging tot opname, verleend op 2 februari 2023, herleeft, waardoor de minderjarige onder de toen geldende voorwaarden thuis kan verblijven. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek tot meer of anders is afgewezen. De minderjarige kan zich nog steeds laten opnemen indien hij zich niet aan de voorwaarden houdt, mits de juiste procedure wordt gevolgd.
Uitkomst: De kinderrechter verklaart de opname van de minderjarige in gesloten jeugdhulp vervallen wegens strijd met wettelijke bepalingen.