ECLI:NL:RBLIM:2023:3911

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
13 juni 2023
Publicatiedatum
4 juli 2023
Zaaknummer
10389464 MS VERZ 23-321
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:450 BWArt. 7:465 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot instelling van mentorschap wegens voorkeur minder verstrekkende maatregel

De rechtbank Limburg behandelde op 13 juni 2023 een verzoek tot instelling van mentorschap ten behoeve van een betrokkene die hulpbehoevend is en een slechte verstandhouding tussen ouders kent.

De moeder van de betrokkene vervult haar rol als vertegenwoordiger naar oordeel van de rechtbank adequaat en behartigt de belangen van de betrokkene volledig. De vader heeft eveneens aangegeven de belangen te willen blijven behartigen, ondanks de moeilijke onderliggende situatie.

De rechtbank overweegt dat de minder verstrekkende maatregel uit artikel 7:465 BW Pro, die betrekking heeft op vertegenwoordiging in het kader van de geneeskundige behandelingsovereenkomst, de voorkeur verdient boven het instellen van een mentorschap. Dit volgt uit het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel.

Het instellen van mentorschap zou een zwaardere en meer ingrijpende maatregel zijn dan noodzakelijk in de huidige situatie. Daarom wijst de kantonrechter het verzoek af. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het verzoek tot instelling van mentorschap wordt afgewezen en de minder verstrekkende maatregel uit artikel 7:465 BW krijgt de voorkeur.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Team Toezicht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10389464 MS VERZ 23-321
Uitspraakdatum: 13-06-2023

Beschikking afwijzing verzoek instelling mentorschap

Naar aanleiding van het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats 1] , [adres 1] ,
hierna: de verzoeker,
bijgestaan door zijn gemachtigde: mr. R. Engwegen.
Met betrekking tot:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
wonende te [woonplaats 2] , [adres 2] ,
hierna: de betrokkene.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[belanghebbende 1] ,
wonend te [woonplaats 2] , [adres 2] ,
hierna: de moeder
bijgestaan door haar gemachtigde: mr. M. Yigitol.
en
[belanghebbende 2] ,
wonend te [woonplaats 2] , [adres 2] ,
hierna: de broer
bijgestaan door zijn gemachtigde: mr. M. Yigitol.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 maart 2023,
- een bereidverklaring van de voorgestelde mentor,
- een bericht van de gemachtigde van de moeder en de broer, ontvangen op 28 april 2023,
- een bericht van de gemachtigde van de verzoeker, ontvangen op 22 mei 2023,
- het verweerschrift met bijlagen van de gemachtigde van de moeder en de broer, ontvangen op 23 mei 2023,
- nadere berichten met bijlagen van de gemachtigde van de moeder en de broer, ontvangen op 23 mei 2023,
- een bericht met bijlagen van de gemachtigde van de verzoeker, ontvangen op 25 mei 2023.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 mei 2023.
Verschenen zijn:
  • de betrokkene,
  • de verzoeker,
  • de heer mr. R. Engwegen namens Hilkens Advocaten,
  • de moeder,
  • de broer,
  • mevrouw mr. M. Yigitol namens MY Advocatuur.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

verzoek

Het verzoek strekt tot instelling van mentorschap ten behoeve van de betrokkene.

beoordeling

Ingevolge artikel 7:465 van Pro het Burgerlijk Wetboek, één van de bepalingen met betrekking tot de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet – als de patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake – de hulpverlener de verplichtingen voortvloeiende uit de bepalingen over de geneeskundige behandelingsovereenkomst nakomen jegens de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de patiënt, dan wel als een zodanige persoon ontbreekt, jegens een ouder, kind, broer of zus van de patiënt, tenzij de patiënt dit niet wenst.
De kantonrechter is van oordeel dat niet in geding is dat de betrokkene beschermd moet worden. Vooralsnog blijkt echter niet van een noodzaak tot instelling van een mentorschap. De moeder van de betrokkene voert haar taak als vertegenwoordiger goed uit en behartigt de belangen van de betrokkene volledig. De betrokkene zal haar hele leven hulpbehoevend zijn en haar moeder is bereid de hulp te blijven bieden die zij de afgelopen jaren ook geboden heeft. Dat die hulp niet afdoende is, blijkt niet en de vader van de betrokkene heeft dat ook niet aangevoerd. De vader van de betrokkene heeft gesteld dat hij ook de belangen van de betrokkene wil blijven behartigen. Er zullen vanwege de moeilijke onderliggende situatie regelingen getroffen moeten worden, maar dat is gelet op het voornoemde artikel zonder meer mogelijk.
De minder ver strekkende maatregel uit artikel 7:465 BW Pro heeft – gelet op het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel – de voorkeur boven het instellen van mentorschap. Het instellen van mentorschap zal verder ingrijpen dan in de huidige situatie nodig is. De kantonrechter zal dit verzoek daarom dan ook afwijzen.

beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot instelling van mentorschap af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.M. Drenth, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, L.W.H. Rademacher. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze beschikking kan – door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te