Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2023
in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Burgemeester van de gemeente Roermond (de burgemeester),
Procesverloop
Overwegingen
Voor het overtreden van de Opiumwet wordt u inderdaad niet vervolgd. De hennepkwekerij was immers niet in werking en was onvoldoende groot om te kunnen spreken van voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet”. Eiser heeft voorts aangevoerd dat voor de diefstal van elektriciteit onvoldoende bewijs voorhanden was dat hij zich hieraan schuldig zou hebben gemaakt. Eiser is van mening dat in het geval uit de strafrechtelijke beoordeling van de zaak volgt dat hem niets te verwijten valt de burgemeester niet langer kan volhouden dat hij toch nog op rechtmatige wijze gebruik heeft kunnen maken van zijn sluitingsbevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Door toch over te gaan tot woningsluiting heeft deze bestuursrechtelijke maatregel volgens eiser een punitief karakter gekregen in plaats van een herstellend karakter. Eiser heeft voorts opgemerkt dat hij na ontvangst van het sluitingsbesluit van 12 september 2019 geen bezwaar heeft gemaakt, omdat hij nog niet kon beschikken over een schriftelijk document van de al op 23 augustus 2019 aan hem gedane mededeling dat zijn strafzaak met betrekking tot de overtreding van artikel 11a van de Opiumwet zou worden geseponeerd. Volgens eiser volgt uit pagina zes van de beschikking van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 14 december 2021 [5] dat “
er een sepotbeslissing op 23 augustus 2019 is genomen ter zake van de verdenking van overtreding van artikel 11A van de Opiumwet”. Nu de Officier van Justitie ook nog eens bij een ander schrijven heeft bevestigd dat er geen sprake was van een overtreding van artikel 11a van de Opiumwet voldoet volgens eiser de sluitingsbevoegdheid van de burgemeester niet langer aan de vereisten van artikel 13b van de Opiumwet. Door toch gebruik te maken van de sluitingsbevoegdheid is er volgens eiser ook sprake van het schenden van het verbod op détournement de pouvoir, dat wil zeggen misbruik van bevoegdheid door de burgemeester. Eiser heeft verder betoogd dat de burgemeester sinds 27 oktober 2021 zijn beleid heeft gewijzigd en nu bij een eerste overtreding van de Opiumwet volstaan kan worden met een waarschuwing. Dit nieuwe beleid is volgens eiser ingegeven door de uitspraak van 31 maart 2021 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [6] (Afdeling), waarin is overwogen dat een beleidsregel ten aanzien van artikel 13b van de Opiumwet onredelijk is als daarin niet de mogelijkheid is opgenomen dat er in het geval van handel in softdrugs vanuit een woning niet eerst een waarschuwing wordt gegeven of een minder vergaande maatregel dan sluiting. In het beleid van de burgemeester was niet opgenomen dat ook kon worden volstaan met een waarschuwing, zodat dit beleid volgens eiser als onredelijk moet worden beschouwd en had de woning van eiser niet gesloten mogen worden. Voor zover er al sprake zou zijn van een overtreding van de Opiumwet had de behandeling van het bezwaarschrift tegen het primaire besluit naar de mening van eiser dienen plaats te vinden in het licht van het nieuwe beleid en niet op basis van het oude beleid. Tot slot heeft eiser aangevoerd dat de burgemeester onvoldoende rekening gehouden met zijn persoonlijke belangen, zoals het feit dat hij nog altijd geen woning heeft.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2023.