Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.20 Het bovenstaande in ogenschouw nemende is de kantonrechter van oordeel dat de faillissementsprocedure is ingeleid met het oog op doorstart van [bedrijfsnaam 2] en niet (louter) gericht was op de liquidatie van het vermogen van [bedrijfsnaam 2] . Dit betekent dus dat de beschermingsregels van artikel 3 en Pro 4 van de Richtlijn 2001/23/EG -in nationale wetgeving verankerd in 7:662 BW e.v. – voor werknemers in geval van een overgang van onderneming hun werking behouden.
3.Het geschil
4.De beoordeling
2.366,00(2,0 punten × tarief € 1.183,00)