ECLI:NL:RBLIM:2023:3442
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen lasten onder dwangsom wegens overtredingen binnen inrichting
Verzoekster exploiteert een inrichting waar opslag, logistiek en assemblage van gevaarlijke en ongevaarlijke stoffen plaatsvinden. Verweerder legde haar drie lasten onder dwangsom op wegens overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Verzoekster betwistte aanvankelijk de overtredingen, maar erkende deze later.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder bevoegd is tot handhaving en dat er een spoedeisend belang is vanwege het verlopen van de begunstigingstermijn. Verzoekster stelde dat er concreet zicht op legalisering is door een milieuneutrale wijzigingsaanvraag, maar deze aanvraag is nog niet beoordeeld en lijkt op basis van huidige gegevens niet vergunbaar.
Verzoekster voerde aan dat de begunstigingstermijn te kort is en dat de lasten onevenredig zijn, omdat er geen acuut risico zou zijn en het tijd en kosten kost om aan de lasten te voldoen. De voorzieningenrechter acht de stellingen onvoldoende onderbouwd en neemt aan dat er sprake is van gevaarzetting. Gezien de omstandigheden is de korte begunstigingstermijn niet onredelijk. De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
De voorzieningenrechter merkt op dat bij een hoofdzaak mogelijk deskundigen kunnen worden ingeschakeld. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege het ontbreken van concreet zicht op legalisering en de geconstateerde gevaarzetting.