Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de rolbeslissing van 12 april 2023
- de aktes uitlating zijdens beide partijen.
2.De beoordeling
3.De beslissing
woensdag 21 juni 2023 om 10.00 uurvoor conclusie van antwoord,
Rechtbank Limburg
In deze civiele bodemzaak bij de Rechtbank Limburg staat de vraag centraal of de zaak, waarin meerdere vorderingen zijn ingesteld die hun grondslag vinden in zowel een arbeids- als een huurovereenkomst, door de kamer voor kantonzaken behandeld moet worden. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld hun standpunt hierover kenbaar te maken. Beide partijen stemden in met verwijzing naar de kamer voor kantonzaken.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 94 lid 2 Rv Pro, indien een zaak meerdere vorderingen betreft en ten minste één daarvan een aardvordering is, alle vorderingen door de kantonrechter behandeld moeten worden indien de onderlinge samenhang zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. Nu partijen niet in geschil zijn over de samenhang tussen de vorderingen, wordt de zaak in zijn geheel verwezen.
De rechtbank wijst partijen erop dat zij in de vervolgprocedure niet meer door een advocaat vertegenwoordigd hoeven te worden en dat het teveel betaalde griffierecht zal worden teruggestort. De zaak is verwezen naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken op 21 juni 2023 te Maastricht.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar de kamer voor kantonzaken van de rechtbank wegens samenhangende arbeids- en huurovereenkomsten.