Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Waar gaat het over?
3.De beoordeling
Artikel 3:317 BW Pro luidt:
periode 2: vanaf 1 september 2023
uitvoerbaar bij voorraad
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De vader verzocht de rechtbank om een verklaring voor recht dat de vorderingen van de moeder betreffende achterstallige kinderalimentatie tot 2 september 2017 zijn verjaard en om de kinderalimentatie vanaf 15 april 2022 op nihil te stellen vanwege zijn WW-uitkering en hoge woonlasten.
De rechtbank oordeelde dat de verjaring niet is ingetreden omdat de moeder reeds op 8 maart 2017 is gestart met incasso, waarmee zij haar recht op nakoming ondubbelzinnig heeft voorbehouden. Het verzoek tot verjaring werd daarom afgewezen.
Verder werd de kinderalimentatie aangepast voor twee periodes: van 1 januari tot 1 september 2023 wordt € 98,80 per maand vastgesteld, en vanaf 1 september 2023 € 246,80 per maand, rekening houdend met de draagkracht van de ouders en een zorgkorting van 15% vanwege het contact tussen vader en kind.
De rechtbank hield geen rekening met de hogere werkelijke woonlast van de vader omdat hij deze deels met zijn partner deelde en het huurcontract zelf verlengde. Ook concludeerde de rechtbank dat de vader onvoldoende heeft aangetoond dat hij zich heeft ingespannen om werk te vinden.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de kinderalimentatie voor twee periodes en wijst het verzoek tot verjaring van achterstallige alimentatie af.