ECLI:NL:RBLIM:2023:2934
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens onjuiste ruimtelijke onderbouwing bedrijfshal en gebruik perceel
Eisers hebben beroep ingesteld tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo voor het oprichten van een bedrijfshal en het gebruik van een perceel ten behoeve van een hoveniers- en grondverzetbedrijf. De vergunning is verleend met toepassing van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid, terwijl het bestemmingsplan het bouwen en gebruik voor deze doeleinden niet toestaat.
De ruimtelijke onderbouwing die aan de vergunning ten grondslag ligt, gaat uit van een vermindering van de bedrijfsoppervlakte met 30%, wat volgens de rechtbank onjuist is. De juiste toetsing had moeten uitgaan van het verschil tussen de aangevraagde activiteiten en de maximale bouw- en gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan, waar bouwen en gebruik voor het bedrijf niet zijn toegestaan. Realisering leidt dus tot een substantiële toename van de bedrijfsoppervlakte.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht en vernietigt het besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast worden het griffierecht en proceskosten aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens een onjuiste ruimtelijke onderbouwing.