Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2023 in de zaak tussen
[eiser] , wonend te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2023.
Rechtbank Limburg
Eiser werd geconfronteerd met een aanslag in de Bedrijveninvesteringszone (BIZ) over 2022 voor zijn winkelpand dat in juli 2021 zwaar beschadigd raakte door een overstroming van de rivier de Geul. Het pand was gedurende langere tijd niet bruikbaar, maar de herstelwerkzaamheden waren in januari 2022 voltooid waarna het pand per 1 februari 2022 werd verhuurd.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiser op 1 januari 2022 als gebruiker van het pand kon worden aangemerkt, wat een vereiste is voor het opleggen van de BIZ-bijdrage. De rechtbank concludeerde dat het begrip 'gebruik' in de Wet BIZ moet worden uitgelegd aan de hand van artikel 220 van Pro de Gemeentewet. Gezien de feitelijke werkzaamheden om het pand gereed te maken voor verhuur en het feit dat deze bijna voltooid waren, was er sprake van gebruik op 1 januari 2022.
De rechtbank benadrukte dat de BIZ-bijdrage een zuivere tijdstipbelasting is, waarbij de situatie op 1 januari bepalend is voor het hele jaar. Het argument van eiser dat het onredelijk is om voor een maand gebruik een volledige jaarheffing te betalen werd verworpen, mede vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag voor een tijdsevenredige heffing.
Gelet op het voorgaande werd het beroep ongegrond verklaard en de aanslag terecht opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Snijders op 4 mei 2023 te Roermond.
Uitkomst: Het beroep tegen de BIZ-aanslag 2022 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.