Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats 1] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen”. Het zijerfgebied is gedefinieerd als: “
het deel van het voorerfgebied bij een hoekwoning, gelegen langs (het verlengde van) de zijgevel van de hoekwoning, voorzover dit geen deel uitmaakt van het achtererfgebied”. Het openbaar toegankelijke gebied waaraan de woning van eiser ligt, wordt gevormd door de [adres 1] en het verharde pad (met groenvoorziening) tussen de woningen van eiser en de derde-partij: [naam derde-partij 3] (verlengde van het [naam] ). Dit pad is openbaar toegankelijk en heeft ingevolge het bestemmingsplan ‘Woonkernen Leudal 2017’ een verkeersbestemming. Gelet op de definitie van achtererfgebied en op de ligging van de aanbouw ten opzichte van het openbaar gebied en het hoofdgebouw, is sprake van ligging in het achtererfgebied. Dit is ter zitting overigens ook door de architect van eiser bevestigd.
Ik ben nog steeds in afwachting van het advies van de omgevingsdienst en heb vrijdag opnieuw gevraagd naar de stand van zaken. Wethouder (…) heeft ingestemd met de afwijking van het bestemmingsplan”. De rechtbank leidt hieruit, door het voorbehoud van afwachting van het advies van de omgevingsdienst, geen ondubbelzinnige toezegging af op basis waarvan de verwachting van verlening van de (volledige) vergunning gerechtvaardigd is. Bovendien is na de e-mail de gevraagde vergunning daadwerkelijk verleend. Als al sprake was van een toezegging, is die dus nagekomen. De verleende vergunning neemt daarmee als het ware de plaats van een eventuele eerdere toezegging over. Dit neemt echter niet weg dat tegen die vergunning bezwaar openstaat en dat een heroverweging naar aanleiding van dat bezwaar, zoals hier gebeurd is, tot een andere uitkomst kan leiden.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het eerste besluit op bezwaar niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit op bezwaar gegrond;
- vernietigt het nieuwe besluit op bezwaar voor zover dit een weigering van de omgevingsvergunning inhoudt;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het nieuwe besluit op bezwaar in stand blijven;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser voor een bedrag van € 1.674,-
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht ter hoogte van € 181,- aan eiser te vergoeden.