Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens houdende een verzoek ex artikel 22 Rv Pro. met
Rechtbank Limburg
De eiser kocht in 2017 een woning waarvan de verkoopmakelaar een woonoppervlakte van circa 108 m2 vermeldde, terwijl de werkelijke oppervlakte volgens taxatierapporten 78 tot 81 m2 bedroeg. De eiser stelde dat zij hierdoor onrechtmatig is benadeeld en vorderde een schadevergoeding van €40.750, later verminderd tot €17.414,51.
De rechtbank erkent dat de makelaar onrechtmatig heeft gehandeld door de woning foutief te meten en een te grote woonoppervlakte te vermelden. Echter, de rechtbank oordeelt dat de eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat zij daadwerkelijk schade heeft geleden. De marktwaarde van de woning was conform de betaalde prijs, zoals blijkt uit taxaties en marktontwikkelingen.
Daarnaast heeft de eiser niet aannemelijk gemaakt dat de foutieve oppervlakte bepalend was voor haar koopprijs. Haar stelling dat de woonoppervlakte doorslaggevend was, wordt niet ondersteund door de omstandigheden, zoals haar enthousiasme over de locatie en andere factoren die de prijs beïnvloeden.
De rechtbank wijst daarom de vordering af en veroordeelt de eiser in de proceskosten. De beslissing is genomen op 3 mei 2023 door rechter A.H.M.J.F. Piëtte.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding af wegens onvoldoende aannemelijkheid van schade door foutieve woningmeting.