Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2023
in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel
[derde-partij 1] , [derde-partij 2]en
Procesverloop
Overwegingen
de koper(s) van de woningen bij realisatie van aanvullende opties achteraf, tenminste 4 weken voordat een optionele uitbreiding in uitvoering wordt genomen, aanvullende tekening(en) indient waaruit blijkt, dat de plannen gerealiseerd worden overeenkomstig het thans goedgekeurde en vergunde bouwplan en de hierbij volgens bestek toegestane materialen worden toegepast”. Niet betwist is dat de op de woningen met huisnummers [adres 1] en [adres 2] gerealiseerde opbouwen, afgezien van het achterste gedeelte van de opbouw op huisnummer [adres 2] , overeenkomen met hetgeen is opgenomen op de bouwtekeningen behorende bij de bouwvergunning. Deze opbouwen zijn niet eerder gerealiseerd. Verder is niet betwist dat deze bouwvergunning niet is ingetrokken. De rechtbank ziet daarom niet in dat de bouwvergunning uit 2005 is uitgewerkt en/of nu niet meer geldt. Dit betekent dat deze bouwvergunning nog steeds het recht geeft om de daarin voorziene opbouwen te realiseren. Dat de opbouwen op huisnummers [adres 1] en [adres 2] niet voorkwamen op het overzicht van gekozen opties dat Stichting Woongoed 2-Duizend op 2 mei 2006 de gemeente heeft doen toekomen doet hieraan niet af. Anders dan eiser stelt, is voor de opbouwen dus niet nogmaals een vergunning nodig. Als realisatie van de opbouwen, en daarmee volledige realisatie van het in 2005 vergunde bouwplan, niet langer gewenst is, zal de bouwvergunning in zoverre moeten worden ingetrokken.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het handhavingsverzoek gegrond;
- stelt de dwangsom die verweerder wegens het niet tijdig nemen van het besluit aan eiser moet betalen vast op € 253,-;
- verklaart het beroep voor het is gericht tegen het besluit op bezwaar ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eiser te vergoeden.
.