ECLI:NL:RBLIM:2023:2275
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens handel in hard- en softdrugs
De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg heeft op 31 maart 2023 uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker bezwaar maakte tegen het besluit van de burgemeester om zijn woning voor twaalf maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Tijdens een politieonderzoek werden in de woning en tuin grote hoeveelheden heroïne, cocaïne en hennep aangetroffen, evenals attributen die wijzen op handel in verdovende middelen.
Verzoeker stelde dat de drugs niet van hem waren en dat derden misbruik van hem maakten. Ook voerde hij aan dat hij vanwege zijn leeftijd, gezondheid en gebrek aan sociaal netwerk niet in staat was elders woonruimte te vinden en dat de sluiting onevenredig zou zijn. De burgemeester had het besluit genomen na ontvangst van een bestuurlijke rapportage en het doorlopen van een zienswijzeprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting van de woning, dat de sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde, en dat de sluiting evenredig was. Verzoeker kon redelijkerwijs op de hoogte zijn van de drugs in zijn woning en de burgemeester had voldoende oog voor zijn belangen, onder meer door verlenging van de begunstigingstermijn en ondersteuning via een expertiseteam. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens handel in drugs wordt afgewezen.