ECLI:NL:RBLIM:2023:1886
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen spoedsluiting bedrijfspand wegens veiligheidsdreiging
Verzoekster, eigenaar van een haar- en beautycentrum met vestigingen in Utrecht, Laren en Roermond, verzocht om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Roermond om haar bedrijfspand in Roermond voor dertig dagen te sluiten. Deze spoedsluiting volgde op ernstige incidenten bij de vestigingen in Utrecht (beschieting) en Laren (ontmanteld explosief).
De burgemeester besloot tot sluiting vanwege een concrete dreiging voor de openbare veiligheid en gezondheid, gebaseerd op een vertrouwelijke bestuurlijke rapportage. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was en dat het algemeen belang in veiligheid en gezondheid zwaarder woog dan de belangen van verzoekster.
Verzoekster voerde aan dat zij onvoldoende inzicht had in de motivering, dat de sluiting disproportioneel was en dat zij financieel en qua reputatie zwaar werd getroffen. De voorzieningenrechter stelde dat de burgemeester wel degelijk rekening had gehouden met deze belangen, maar dat deze niet opwogen tegen het veiligheidsbelang.
Ook het betoog dat de sluiting uit concurrentieoverwegingen was uitgelokt, werd niet gevolgd wegens gebrek aan bewijs en het feit dat de dreiging reëel was. De sluiting werd als zwaar maar noodzakelijk beoordeeld, met de kanttekening dat verlenging alleen mogelijk is als strikt noodzakelijk en proportioneel.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af, waardoor het pand gesloten kon blijven en het besluit niet werd geschorst.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de spoedsluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen, waardoor het pand gesloten blijft.