Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
d.
15 maart 2023
Rechtbank Limburg
Op 25 december 2018 vond een inbraak plaats in een juwelierszaak in Maastricht waarbij horloges en sieraden ter waarde van ongeveer €1.000.000 werden gestolen. De politie deed onderzoek aan de hand van camerabeelden en informatie van inlichtingenteams, maar kon de daders niet identificeren. Verdachte werd aangehouden op grond van een Europees Arrestatiebevel en ontkende betrokkenheid.
De officier van justitie en de verdediging waren het eens dat er onvoldoende bewijs was om verdachte te verbinden aan de inbraak. De rechtbank concludeerde dat de beschikbare informatie van inlichtingenteams en getuigen niet voldeed aan de wettelijke bewijsvoorwaarden en dat de camerabeelden zelfs ontlastend waren. Verdachte verbleef kort voor de inbraak in een hotel in België en was daarna afwezig vanwege familieomstandigheden.
Gezien het ontbreken van direct bewijs en het niet kunnen gebruiken van belastende verklaringen van niet-geïdentificeerde personen, sprak de rechtbank verdachte vrij. Het verzoek van de verdediging om aanvullende getuigen te horen werd afgewezen omdat dit niet nodig was bij de vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat verdachte niet bewezen kan worden betrokken bij de inbraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs van betrokkenheid bij de inbraak.