De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg behandelde op 28 februari 2023 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit tot sluiting van een woning voor 52 weken. Verzoekers stelden dat er sprake was van een spoedeisend belang omdat verzoekster woonde in de woning en verzoeker binnenkort vrijkomt uit detentie.
Verweerder betwistte het woonbelang, onderbouwd met een controle waarbij niemand in de woning werd aangetroffen, buurtonderzoek en verklaringen waaruit bleek dat verzoekster niet in de woning overnacht en in het buitenland woont. Ook werd gesteld dat verzoeker door detentie geen spoedeisend belang heeft.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij woonachtig is in de woning en dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft vanwege zijn detentie. Er zijn geen onomkeerbare gevolgen die het wachten op de beslissing op bezwaar verhinderen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.