Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
primair) dan wel dat de verdachte (
subsidiair)
A. onder invloed van lachgas een auto heeft bestuurd en/of
weg heeft veroorzaakt en/of dat hij het verkeer op de weg heeft gehinderd.
3.De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
4.De beoordeling van het bewijs
geneeskundige verklaringover [ slachtoffer 1] vermeldt de volgende bevindingen van het onderzoek op 4 juni 2020: [4]
geneeskundige verklaringover [slachtoffer 2] vermeldt de volgende bevindingen van het onderzoek op 4 juni 2020: [7]
geneeskundige verklaringover [slachtoffer 3] vermeldt de volgende bevindingen van het onderzoek op 3 juni 2020: [10]
Verkeersongevallenanalysevan de Politie Eenheid Limburg (hierna: VOA) deed onderzoek naar de oorzaak, toedracht en gevolgen van het ongeval. Het proces-verbaal van de VOA vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende: [13]
waargenomendat er een personenauto het terras oprijdt en dat de bestuurder direct na het ongeval zijn auto in de achteruit zet en met open bijrijdersportier vervolgens achteruit naar de weg rijdt. [14]
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf en/of de maatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- veroordeelt de verdachte voor
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;
- ontzegt de verdachte voor
- bepaalt dat de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, wordt verminderd met de duur van de invordering en inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de ontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.