ECLI:NL:RBLIM:2023:147

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
5 januari 2023
Publicatiedatum
9 januari 2023
Zaaknummer
10179347 CV EXPL 22-4689
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking kort geding

In deze zaak hebben eisers een kort gedingprocedure gestart, die zij vervolgens hebben ingetrokken nadat de datum en tijdstip van behandeling bekend waren gemaakt en de dagvaarding was uitgebracht. Gedaagden verzochten daarop alsnog om een uitspraak over de proceskosten.

De kantonrechter overwoog dat hoewel gedaagden een vergoeding van €498 aan salaris gemachtigde hadden voorgesteld, de stellingen en feiten geen aanleiding gaven voor een veroordeling in de daadwerkelijke kosten. Eisers konden na intrekking van hun vorderingen niet meer terugkomen op hun eerdere verzoek om proceskostenvergoeding.

Uiteindelijk veroordeelde de kantonrechter eisers in de proceskosten van €498 aan de zijde van gedaagden, omdat geen spoedeisendheid in de kwestie was gebleken. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Eisers worden veroordeeld in de proceskosten van €498 aan de zijde van gedaagden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10179347 CV EXPL 22-4689
Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 5 januari 2023
in de zaak van:

1.[eiser sub 1] ,

2.
[eiseres sub 2],
beiden wonend [adres 1] ,
[woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde mr. A.A. Mukuchian,
tegen:

1.[gedaagde sub 1] ,

2.
[gedaagde sub 2],
beiden wonend [adres 2] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde mr. W.J.F. Geertsen.
Partijen worden hierna [eisers] (eisende partij) en [gedaagden] (gedaagde partij) genoemd.

1.De procedure en de feiten

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 21 november 2022 met 12 producties
  • de door [gedaagden] op 30 november 2022 overgelegde producties ter voorbereiding op de mondelinge behandeling van 5 december 2022
  • de brief van [eisers] van 1 december 2022 tot intrekking van deze kort geding procedure
  • de brief van 1 december 2022 van [gedaagden] met het verzoek om [eisers] te veroordelen in de proceskosten
  • de rolbeslissing van de kantonrechter waar [gedaagden] in de gelegenheid wordt gesteld zijn verzoek tot een proceskostenveroordeling te onderbouwen en waarna [eisers] in de gelegenheid wordt gesteld om daar schriftelijk op te reageren
  • de door [gedaagden] ingediende brief van 7 december 2022
  • de door [eisers] ingediende brief van 15 december 2022.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De onderhavige procedure is ingetrokken voor de vastgestelde datum van behandeling, maar nadat datum en tijdstip bekend waren gemaakt en de dagvaarding reeds uitgebracht.
2.2.
Mr. Geertsen heeft namens gedaagden aangegeven na intrekking door eisende partij toch een uitspraak te wensen met betrekking tot de proceskosten. De kantonrechter zal dan ook slechts met betrekking tot deze vordering vonnis wijzen.
2.3.
Voor zover mr. Geertsen in zijn brief van 1 december 2022 lijkt aan te geven dat hij daarbij een veroordeling in de daadwerkelijk kosten verzoekt, geven de stellingen over en weer en de feiten daar naar het oordeel van de kantonrechter geen aanleiding toe. In zijn brief van 7 december 2022 stelt mr. Geertsen overigens een bedrag voor van € 498,00 aan salaris gemachtigde conform de aanbevelingen.
2.4.
Mr. Mukuchian vordert op zijn beurt in zijn brief van 15 december 2022 alsnog een kostenveroordeling van gedaagden, doch nu hij eerder diens vorderingen heeft ingetrokken kan hij daar niet meer op terug komen. Die beurt is voorbij.
2.5.
De kantonrechter zal eisende partij veroordelen in de kosten van dit geding, ten belope van € 498,00 aan salaris gemachtigde, nu reeds van enige spoedeisendheid in deze kwestie niet is gebleken.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [eisers] (eisende partij) in de proceskosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagden] (gedaagde partij) tot op heden begroot op € 498,-.
3.2.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
type: LS