Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2023 in de zaak tussen
[eiser] , wonend te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2023
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eiser is eigenaar van een bedrijfswoning op een bedrijventerrein met de bestemming 'Bedrijventerrein' en functieaanduiding 'bedrijfswoning', die alleen bewoond mag worden in samenhang met een bedrijf op het terrein. De woning wordt echter als burgerwoning bewoond zonder functionele bedrijfsverbondenheid, wat door de gemeente passief wordt gedoogd.
De rechtbank overweegt dat de WOZ-waarde moet worden vastgesteld op de waarde in het economische verkeer, rekening houdend met planologische bestemmingsvoorschriften. De planologische bestemming heeft een waardedrukkend effect omdat de potentiële koperskring beperkt is tot gebruikers van bedrijven op het terrein. Echter, de woning is niet onverkoopbaar omdat toekomstige kopers verbonden kunnen zijn aan een bedrijf op het terrein of het perceel kunnen gebruiken voor bedrijfsdoeleinden.
Verweerder heeft een verkoopprijs van een vergelijkbaar object op hetzelfde bedrijventerrein aangevoerd, waaruit blijkt dat de vastgestelde waarde van €333.000 niet te hoog is. Het door eiser overgelegde taxatierapport is niet overtuigend omdat het uitgaat van verhuurde staat, wat niet overeenkomt met de WOZ-waarderingsgrondslag. Ook het vermoeden van bodemverontreiniging is onvoldoende onderbouwd en leidt niet tot waardevermindering.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €333.000 wordt ongegrond verklaard.