ECLI:NL:RBLIM:2022:9995
Rechtbank Limburg
- Wraking
- O. Otto
- R.M.M. Kleijkers
- A.K. Kleine
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens kennelijk misbruik van recht en niet-ontvankelijkheid
Op 22 november 2022 diende verzoeker een verzoek tot wraking in tegen de voorzitter van de wrakingskamer in een lopende procedure. De wrakingskamer beoordeelde dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er concrete feiten zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
Verzoeker stelde dat er geen verplichte procesvertegenwoordiging gold en verzette zich tegen de korte termijn om het verzoekschrift te laten ondertekenen door een advocaat. De wrakingskamer oordeelde dat het enkele feit dat verzoeker het oneens is met een beslissing van de voorzitter geen grond voor wraking vormt. De overige aangevoerde feiten boden geen steun in de wet of het procesreglement.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek tot wraking een kennelijk misbruik van recht betrof en wees het verzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid af. De beslissing werd op 29 november 2022 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is wegens kennelijk misbruik van recht en niet-ontvankelijkheid afgewezen.