ECLI:NL:RBLIM:2022:9993

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
7 december 2022
Publicatiedatum
13 december 2022
Zaaknummer
C/03/312002 HA RK 22-299
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 4 lid 2 wrakingsprotocol rechtbank Limburg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in civiele zaak

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. R.H.J. Otto, rechter in een civiele zaak, nadat reeds meerdere wrakingsverzoeken waren gedaan en behandeld. Het eerste wrakingsverzoek betrof een andere rechter en werd gevolgd door een wraking van de voorzitter van de wrakingskamer, mr. Quaedvlieg. Deze wrakingskamer, onder voorzitterschap van mr. Otto, verklaarde het tweede verzoek niet ontvankelijk.

Vervolgens diende verzoeker een derde wrakingsverzoek in tegen mr. Otto zelf, na dat de wrakingskamer op 29 november 2022 uitspraak had gedaan. De wrakingskamer oordeelde dat door deze uitspraak de rol van mr. Otto in de zaak was beëindigd en dat er geen grond meer was om het wrakingsverzoek te behandelen.

Op grond van artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering en het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg werd het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting niet ontvankelijk verklaard. De beslissing werd op 7 december 2022 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters.

Uitkomst: Verzoeker is niet ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek tegen de rechter omdat dit na de einduitspraak werd ingediend.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Wrakingskamer
Zaaknummer: C03/312002/HA RK 22-299
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. R.H.J. Otto, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

1.De procedure

Op 1 december 2022 is ter griffie het e-mailbericht ontvangen van verzoeker inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 311648/HA RK 22-290.
De rechter berust niet in de wraking.

2.De beoordeling

Ingevolge artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Ingevolge artikel 4, lid 2 aanhef en sub d, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg (hierna: het wrakingsprotocol) is bepaald dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet ontvankelijk kan verklaren indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan.
Verzoeker heeft op 8 november 2022 een verzoek tot wraking van de behandelend rechter, mr. Beurskens, in de zaak C/03/308056 HA RK 22-210 gedaan. Omdat er in dit verzoek tot wraking sprake was van een verzuim is verzoeker in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen. Verzoeker was het hier niet mee eens en heeft daarop de voorzitter van de wrakingskamer, mr. Quaedvlieg, gewraakt.
De voor dit tweede verzoek samengestelde wrakingskamer, met als voorzitter mr. Otto, heeft verzoeker in zijn verzoek tot wraking van mr. Quaedvlieg, zonder behandeling ter zitting op 29 november 2022 niet ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft nu op 1 december 2022, dus na de uitspraak op het laatstgenoemde verzoek een derde wrakingsverzoek ingediend inhoudende een verzoek tot wraking van mr. Otto.
De wrakingskamer overweegt dat er door de uitspraak van 29 november 2022 een einde is gekomen aan de rol van mr. Otto (de rechter) in de zaak. Nu de rechter geen bemoeienis meer heeft met de zaak kan verzoeker niet in zijn nieuwe verzoek tot wraking worden ontvangen. Verzoeker is daarom niet ontvankelijk in zijn verzoek

3.De beslissing

De wrakingskamer:
- verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, voorzitter,
mr. W.F.J. Aalderink en mr. J. Schreurs-van de Langemheen, rechters, bijgestaan door
mr. M.J.W.D. Janssen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2022.