ECLI:NL:RBLIM:2022:9993
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in civiele zaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. R.H.J. Otto, rechter in een civiele zaak, nadat reeds meerdere wrakingsverzoeken waren gedaan en behandeld. Het eerste wrakingsverzoek betrof een andere rechter en werd gevolgd door een wraking van de voorzitter van de wrakingskamer, mr. Quaedvlieg. Deze wrakingskamer, onder voorzitterschap van mr. Otto, verklaarde het tweede verzoek niet ontvankelijk.
Vervolgens diende verzoeker een derde wrakingsverzoek in tegen mr. Otto zelf, na dat de wrakingskamer op 29 november 2022 uitspraak had gedaan. De wrakingskamer oordeelde dat door deze uitspraak de rol van mr. Otto in de zaak was beëindigd en dat er geen grond meer was om het wrakingsverzoek te behandelen.
Op grond van artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering en het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg werd het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting niet ontvankelijk verklaard. De beslissing werd op 7 december 2022 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters.
Uitkomst: Verzoeker is niet ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek tegen de rechter omdat dit na de einduitspraak werd ingediend.