Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
de verdachte) en ik zouden bij de Albert Heijn in Hoensbroek afspreken. Ik had hem van te voren geappt dat hij niet aan mij moest komen omdat hij dan een probleem had. Daar bleef hij vragen over stellen. Ik wilde daar geen uitleg over geven en dat viel bij hem verkeerd. Hij gooide mij toen tegen de muur en hij vertelde dat ik hem boos maakte en dat hij dit respectloos vond. Toen duwde hij mij nog een keer tegen de muur en toen had hij zijn hand op mijn keel met een duim aan de ene kant van mijn nek en de andere vier vingers aan de andere zijde van mijn nek. Ik voelde angst maar ik voelde geen pijn maar ik schrok en ik kreeg even geen lucht. Ik voelde mij erg bedreigd en ik was bang voor wat er zou gaan komen. Ik dacht alleen maar ik hoop dat ik er levend uitkom. Hij trok mij mee omdat hij wilde lopen. Wij zijn achter de gebouwen langs gelopen en toen liepen wij achter het tweede gebouw langs. Hij zei dat hij naar binnen wilde en ik zei dat ik niet mee wilde. Hij hield een sleutel tegen mijn nek en zei dat ik mee naar binnen moest. Ik zei tegen hem dat hij normaal moest doen en dat hij mij los moest laten. Toen duwde hij mij de trapjes af richting de deur. Hij hield mij vast, maakte de deur open en duwde mij tegen mijn rug naar binnen. Ik had geen andere keuze. Hij zei tegen mij dat ik naar de woonkamer moest lopen. Hij zei doe je tasje af en ga zitten. Ik liet alles aan en wilde gewoon weg. Toen kwam hij dichterbij mij zitten en ik schoof weer van hem weg op de bank. Hij zei dat ik iets goed te maken had. Hij zei dat hij nu ging bepalen wat wij gaan doen. Hij stond toen op en ik moest ook opstaan en ik moest naar de slaapkamer. Hij zei doe je jas uit. Hij pakte de bovenzijde van mijn broek ter hoogte van mijn heupen en begon daaraan te trekken naar beneden. Ik zei tegen hem dat ik dat niet wilde. Hij duwde mij het bed op en hij had zijn hand weer om mijn keel. Dat deed hij met zijn linkerhand en zijn rechterhand hield hij met een gebalde vuist boven mijn gezicht. Hij zei tegen mij: "Kleed je uit!". Ik heb toen wel zelf mijn kleren uitgedaan. Hij zei dat ik recht op bed moest gaan liggen met mijn hoofd op het kussen. Toen begon hij mij met zoenen op de mond. Hij probeerde te tongzoenen maar dat ging niet want ik deed niets. Toen ging hij met zijn vingers richting mijn vagina. Hij ging met zijn vingers rond mijn schaamlippen ronddraaiende bewegingen maken en daarna ging hij met zijn vingers in mijn vagina. Hij stak zijn vingers, twee vingers, in mijn vagina. En toen had hij opeens een stijve. Ik zag dat hij zijn penis vast hield met zijn hand en toen ging hij met zijn penis in mijn vagina. Dat ging heel moeilijk omdat ik gespannen was. Hij kreeg zijn penis niet in mijn vagina. Hij bleef met zijn penis tegen mijn vagina aan duwen. Ik voelde pijn. Het lukte niet dus ik moest mij omdraaien en dan zou hij mij masseren zodat ik minder gespannen zou zijn. Ik ging op mijn buik liggen en hij begon mij te masseren bij mijn heupen en daar bij mijn onderrug. Ik lag nog steeds op mijn buik en toen ging hij bij mij naar binnen, met zijn penis in mijn vagina. Hoe zijn penis in mijn vagina is gekomen dat weet ik niet. Hij ging vol gas rijden. Hij zat op zijn knieën en ging heen en weer. Een keer stopte hij omdat ik lag te huilen en zei dat het pijn deed. Van te voren en tijdens de seks heb ik gezegd dat ik het niet wilde. Ik weet nog precies dat het van 01.12 uur tot 01.46 uur op de slaapkamer gebeurde; er stond een digitale klok met blauwe cijfers op het nachtkastje naast het bed, vlak bij het raam. [2]
noot rechtbank: aangeefster) heeft mij gebeld op 28 april 2019 om 01.57 uur in de nacht en zij vertelde mij huilend en schokkend: "Ik ben verkracht geworden". Ik ben aan de telefoon gebleven, ik heb mij aangekleed en ik ben naar [slachtoffer] gegaan. Ik heb vooral geprobeerd haar rustig te krijgen want ze was in shock. Er kwam niet veel uit [slachtoffer] . Als ze wat probeerde te zeggen, kwam dat er snikkend en huilend uit. [slachtoffer] had rode vlekken in haar nek en op haar linker- of rechterarm afdrukken van het vastpakken. [6]
- op de linker bovenarm een oppervlakkige/grillige bloeduitstorting;
- 2 mm ontvelling bij het perineum;
- 1 cm roodheid/oppervlakkige afschaving linker zijde vagina.
- ‘ik wil even met je praten’, ‘ik ben niet boos’, ‘ik hoop je snel te zien’ (12 februari 2020);
- ‘ik stop niet tot we hebben gepraat’ (15 februari 2020);
- ‘ik kan niet wachten om je tegen te komen’ (26 februari 2020);
- ‘kan niet wachten om je tegen te komen benieuwd wat je smoes nu gaat zijn’, ‘jij gaat zwaar spijt krijgen’ (26 maart 2020);
- ‘ook al duurt het jaren ik kom je tegen want ik stop niet’ (21 april 2020);
- ‘praat met me’, ‘zo komen er toch niet vooruit’, ‘want zoals ik zei ik stop niet’ (5 oktober 2020).
- ‘ook al spreek ik je 10 jaar niet ik vergeet jou nooit’ (15 november 2017);
- ‘je bent wat ik altijd al wou’, ‘je bent geweldig’, ‘ik ga echt goed voor je zorgen’ (30 december 2017);
- ‘ik vond het leuk laatste keer dat ik je zag’, ‘gun jezelf wat plezier’, ‘wil je iets gaan drinken ofzo’ (30 augustus 2018);
- ‘kom je vanavond’, ‘ik wil je zien’, ‘pff [slachtoffer] niet zo’ (1 september 2018);
- ‘enigste wat ik wil is bij je zijn ik kan je geluk aanbieden’ (4 september 2018);
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
gevangenisstraf van 4 jaren;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 13.300,32, bestaande uit € 3.300,32 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade;
- bepaalt dat het toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van € 13.300,32, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 101 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat voormeld bedrag bestaat uit € 3.300,32 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade. Het toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.