Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde 1] ,wonend [adres] ,[woonplaats] ,
[gedaagde 2],
wonend [adres] ,
[woonplaats] ,
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
In deze zaak staat een opleveringsgeschil rondom een huurwoning centraal. De huurovereenkomst was oorspronkelijk gesloten tussen de vader van eiseres en de huurder, waarna de eigendom en rechten op de woning overgingen op eiseres. Na opzegging van de huurovereenkomst ontstond discussie over de staat van oplevering en de kosten van herstel van schilder- en stucwerk.
Eiseres vorderde betaling van herstelkosten en vergoeding van huurderving wegens leegstand tijdens herstel. De kantonrechter oordeelde dat de huurder gehouden is het gehuurde in de oorspronkelijke staat op te leveren, maar dat eiseres onvoldoende had onderbouwd welke herstelpunten specifiek door de huurder moesten worden uitgevoerd. Slechts voor het niet schilderen van twee muren werd tekortkoming vastgesteld, waarvoor een schadevergoeding van €250 werd toegewezen.
De vordering voor huurderving werd afgewezen omdat eiseres het noodzakelijke causaal verband tussen herstelwerkzaamheden en leegstand niet had aangetoond. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten gedeeltelijk toegewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot beperkte schadevergoeding van €250 en afwijzing van de vordering tot huurderving.