Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak, eisende partij in het bevoegdheidsincident] ,
2.[gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak] ,
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 7,
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdend twee incidenten alsmede eis in reconventie van mr. Ruys namens [gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak, eisende partij in het bevoegdheidsincident] met producties 1 t/m 3,
- de door mr. Ruys nagezonden productie 4,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak] met producties 1 en 2,
- de conclusie van antwoord in beide incidenten tevens houdend wijziging van eis in conventie met 1 productie van [eisende partij in conventie in de hoofdzaak, verwerende partij in het bevoegdheidsincident]
- de rolbeslissing van 16 februari 2022
- de akte uitlating van [eisende partij in conventie in de hoofdzaak, verwerende partij in het bevoegdheidsincident] met producties genomen op de rolzitting van 9 maart 2022
- het vonnis in het bevoegdheidsincident van 13 april 2012,
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 8 en 9,
- de brief waarbij een mondelinge behandeling is gepland,
- de op voorhand ingestuurde spreekaantekeningen van [eisende partij in conventie in de hoofdzaak, verwerende partij in het bevoegdheidsincident] ,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 9 juni 2022, alwaar partijen hun standpunten hebben toegelicht en door [eisende partij in conventie in de hoofdzaak, verwerende partij in het bevoegdheidsincident] (gewijzigde) spreekaantekeningen zijn overgelegd
- de brief van [eisende partij in conventie in de hoofdzaak, verwerende partij in het bevoegdheidsincident] van 12 juni 2022 met een opmerking over het proces-verbaal.
2.De feiten
3.De verdere beoordeling
in 2020brieven heeft gestuurd waarin hij zijn standpunten en vorderingen kenbaar heeft gemaakt en daarnaast een schilderij heeft laten afleveren, is onvoldoende om te kunnen spreken van onrechtmatig handelen jegens [gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak, eisende partij in het bevoegdheidsincident] . Zeker nu zij erkent dat zij na begin 2021 en tot de dagvaarding niets meer heeft gehoord van [eisende partij in conventie in de hoofdzaak, verwerende partij in het bevoegdheidsincident] en dat er vervolgens, in december 2021, slechts één enkel telefoontje heeft plaatsgevonden, waarin [eisende partij in conventie in de hoofdzaak, verwerende partij in het bevoegdheidsincident] verzocht om een schikking. Het vermoeden dat [eisende partij in conventie in de hoofdzaak, verwerende partij in het bevoegdheidsincident] [gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak, eisende partij in het bevoegdheidsincident] zal gaan bestoken nadat de gemachtigde zich terugtrekt, is slechts dat: een vermoeden. Aannemelijk is dat (vooralsnog) niet. Kortom is niet, althans onvoldoende, gesteld of gebleken van zwaarwichtige redenen op grond waarvan het nodig is de rechten en vrijheden van [eisende partij in conventie in de hoofdzaak, verwerende partij in het bevoegdheidsincident] in te perken. Er zijn ook geen concrete aanwijzingen dat daar in de toekomst wel sprake van zal zijn, en voor zover dat in de toekomst zal blijken, dan staat het [gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak, eisende partij in het bevoegdheidsincident] en/of [gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak] vrij dit verbod alsnog te vorderen. Het gevorderde contactverbod zal worden afgewezen.