Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 oktober 2021, met producties 1 tot en met 10,
- de (eerste) conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 20,
- de akte houdende producties van CAZZ, met productie 11,
- de akte overlegging producties van de Gemeenten, met producties 21 tot en met 33,
- de (tweede) conclusie van antwoord, met herstelde productie 21,
- de akte wijziging van eis,
- de mondelinge behandeling van 19 januari 2022, met de pleitnota van CAZZ en de pleitnota van de Gemeenten.
2.De feiten
3.Het geschil
7 oktober 2021. CAZZ stelt zich op het standpunt dat zij gelet op het tijdstip van het (laatste) gesprek met de Gemeenten op 22 oktober 2021 door de dagvaarding op 27 oktober 2021 te laten betekenen tijdig heeft gedagvaard. Een andere uitleg van de wijze waarop de vervaltermijn moet worden toegepast, is volgens CAZZ onredelijk. CAZZ stelt ook dat de vervaltermijn kennelijk voor verschillende interpretaties vatbaar is en dat dit in redelijkheid en billijkheid niet ten nadele van een inschrijver mag worden uitgelegd.