ECLI:NL:RBLIM:2022:8038
Rechtbank Limburg
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen DNA-onderzoek bij veroordeelde wegens verduistering gegrond verklaard
De veroordeelde is op 29 juni 2022 door de politierechter veroordeeld wegens verduistering, een misdrijf waarvoor DNA-onderzoek doorgaans niet van belang wordt geacht. De veroordeelde maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.
De rechtbank behandelde het bezwaar op 4 oktober 2022 en hoorde daarbij de advocaat van de veroordeelde en de officier van justitie. De wetgever heeft verduistering expliciet genoemd als een misdrijf waarbij DNA-onderzoek niet relevant is, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die anders doen vermoeden.
De rechtbank constateert dat de officier van justitie geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit aannemelijk is dat de veroordeelde zal recidiveren in een ander soort misdrijf waarbij DNA-onderzoek van belang is. Ook blijkt niet dat de veroordeelde eerder voor strafbare feiten is veroordeeld of een strafbeschikking heeft gekregen.
Op basis hiervan verklaart de rechtbank het bezwaar gegrond en beveelt dat het celmateriaal van de veroordeelde terstond wordt vernietigd. Hiermee wordt het belang van proportionaliteit en doelmatigheid in DNA-onderzoek gewaarborgd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het DNA-onderzoek is gegrond verklaard en het celmateriaal van de veroordeelde moet worden vernietigd.