Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meerssen legde een last onder dwangsom op aan verzoekers wegens het gebruik van een vakantiewoning voor zelfstandige bewoning op een perceel. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat aan de formele vereisten voor het treffen van een voorlopige voorziening was voldaan en dat het spoedeisende belang voldoende was aangetoond. Vervolgens werd beoordeeld of sprake was van een overtreding van de planregels. Uit het dossier bleek dat er een omgevingsvergunning was verleend voor drie vakantiewoningen op het perceel, en het gebruik van één vakantiewoning als zelfstandige bewoning leidde niet tot een toename van het aantal woningen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het gebruik niet in strijd was met de planregels, omdat er geen sprake was van woningsplitsing of bewoning van een bijgebouw in de zin van de regels. Ook kon een privaatrechtelijke overeenkomst geen grondslag vormen voor handhaving. Daarom was het primaire besluit niet gerechtvaardigd en werd het geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verzoekers kregen vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend.