Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De mening van [minderjarige]
5.Het standpunt van de belanghebbenden
6.De beoordeling
7.De beslissing
's-Hertogenbosch
Rechtbank Limburg
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds september 2021 uit huis geplaatst is vanwege geweld door de moeder. De minderjarige en haar moeder hebben inmiddels contact hersteld, maar de GI stelde dat er onvoldoende zicht is op de veiligheid en opvoedvaardigheden in de thuissituatie. De minderjarige wenst terug naar huis en ervaart het contact met haar moeder als te beperkt.
De kinderrechter oordeelt dat het op de GI ligt om actuele en concrete feiten te stellen die het voortduren van de uithuisplaatsing rechtvaardigen. De GI is hierin niet geslaagd; zij heeft geen concrete aanwijzingen gegeven dat de veiligheid van de minderjarige niet is gewaarborgd of dat de opvoedvaardigheden van de moeder ontoereikend zijn. Vage zorgen over cultuurverschillen en familie-invloed zijn onvoldoende.
De kinderrechter benadrukt dat de GI onvoldoende heeft geprobeerd het zicht op de thuissituatie te verkrijgen, bijvoorbeeld door gesprekken met de moeder en broers. Het contact tussen minderjarige en moeder vindt sinds juni 2022 therapeutisch plaats en kan worden uitgebreid. De broer van de minderjarige kan als vangnet dienen bij spanningen.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek tot verlenging van de machtiging afgewezen. De GI wordt geacht passende opvoedondersteuning te bieden binnen de ondertoezichtstelling. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen wegens onvoldoende actuele en concrete feiten die het voortduren rechtvaardigen.