Uitspraak
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
de Burgemeester van de gemeente Venray, verweerder, verder de burgemeester
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om zijn woning te sluiten vanwege de aanwezigheid van 98,76 gram amfetamine en aanwijzingen van drugshandel. De burgemeester heeft de sluitingstermijn bijgesteld van zes naar vier maanden. Verzoeker betwist de verwijtbaarheid en stelt dat de drugs door derden zijn geplaatst, onder meer door zijn ex-vriendin die meldingen deed. De voorzieningenrechter beoordeelt het spoedeisend belang en de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
Hoewel feitelijke handel niet is vastgesteld, zijn er voldoende aanwijzingen voor drugshandel, zoals de hoeveelheid harddrugs, weegschaaltjes, sealblaadjes en TCI-informatie. De verklaring van de ex-vriendin wordt niet overtuigend geacht. De burgemeester mocht de sluiting in redelijkheid noodzakelijk achten, mede vanwege de ligging in een kwetsbare wijk met veel eerdere maatregelen.
De voorzieningenrechter weegt ook de evenwichtigheid van de maatregel af. Verzoeker is als huurder verantwoordelijk voor wat in de woning gebeurt en had maatregelen kunnen nemen tegen toegang door derden. De mogelijke gevolgen zoals tijdelijke dakloosheid en omgangsbeperkingen wegen niet zwaarder dan het belang van de openbare orde. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de sluiting kan worden uitgevoerd zonder te wachten op de bezwaarbeslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en de sluiting kan worden uitgevoerd.