Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding met productie 1,
- de door [gedaagde] overgelegde producties 1 tot en met 5,
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Limburg
Partijen zijn in 2018 een geregistreerd partnerschap aangegaan en hebben een gemeenschappelijke woning. In 2021 is het partnerschap ontbonden. Eiser vordert in kort geding dat gedaagde medewerking verleent aan een taxatie van de woning, omdat de waarde daarvan van belang is voor de verdeling in de bodemprocedure.
Gedaagde voert verweer dat partijen in 2020 al overeenstemming hebben bereikt over de waarde van de woning en stelt dat een nieuwe taxatie onredelijk is. Er bestaat onenigheid over de vraag of er daadwerkelijk een bindende prijsafspraak is gemaakt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat dit geschil niet geschikt is voor kort geding vanwege de onduidelijkheid over cruciale feiten en het ontbreken van ruimte voor nader bewijs. De vordering is prematuur omdat niet vaststaat dat een nieuwe taxatie proceseconomisch voordeel oplevert. Daarom wordt de vordering afgewezen en worden de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot medewerking aan de taxatie van de gemeenschappelijke woning wordt afgewezen wegens onduidelijkheid over feiten en prematuriteit.