Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 oktober 2020
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 9 november 2021
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 21 april 2022
- de conclusie na getuigenverhoor van Lauka met producties van 1 juni 2022
- de conclusie na getuigenverhoor van [gedaagde] van 1 juni 2022
- de akte van [gedaagde] houdende reactie op de laatst overgelegde producties van Lauka.
2.Het verloop van de procedure
De verschoningskamer is op grond van de stukken, waaronder laatstgenoemd
3.De verdere beoordeling
in conventie
4.2 Met betrekking tot de borgtocht staat tussen partijen vast, dat (a) er een overeenkomst van geldlening is tussen Lauka en Vreba, (b) dat [gedaagde] zich borg heeft gesteld voor de uit die geldlening voortvloeiende verplichtingen van Vreba jegens Lauka, (c) dat de geldlening conform overeenkomst is geëindigd op 15 februari 2010, maar dat toen niet is betaald waardoor Vreba zonder ingebrekestelling in verzuim is geraakt (als bedoeld in artikel 6:83 sub a BW Pro), (d) dat daarna eerst op 6 april 2010 een bedrag van € 25.000,00 op de lening is afgelost, (e) dat bovendien voor wat betreft de mogelijkheid de borg aan te spreken is voldaan aan de formele vereisten van artikel 7:855 BW Pro (welke wettelijke vereisten overeenstemmen met het bepaalde in artikel 8 van Pro de borgtocht) en (f) dat Vreba en [gedaagde] naast de genoemde € 25.000,00 geen betalingen aan Lauka hebben verricht.
kennelijk in 2010 door mijn echtgenoot met u gesloten overeenkomst van borgtocht ten behoeve van Vreba Hoff Dairy Development LLC”.
14.946,00(6 punten × tarief € 2.491,00)
563,00(2 punten × factor 0,5 × tarief € 563,00)