ECLI:NL:RBLIM:2022:583
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte handel en voorbereidingshandelingen hennepstekken en deelname criminele organisatie
De rechtbank Limburg heeft op 27 januari 2022 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van handel in hennepstekken, voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie.
De officier van justitie baseerde het bewijs op observaties, telefoontaps en peilbakengegevens, waarbij werd gesteld dat verdachte betrokken was bij grootschalige handel in hennepstekken en voorbereidingshandelingen voor hennepteelt. De verdediging voerde aan dat de gesprekken niet aantoonbaar over hennepstekken gingen en dat verdachte slechts werkzaamheden verrichtte voor een growshop zonder directe betrokkenheid bij de handel.
De rechtbank oordeelde dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de tapgesprekken en handelingen van verdachte betrekking hadden op hennepstekken. Ook was onvoldoende bewijs voor deelname aan een criminele organisatie. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De zaak werd inhoudelijk behandeld tijdens zittingen in november 2021, waarbij verdachte zelf niet aanwezig was maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman. Het onderzoek werd gesloten op 13 januari 2022 en de uitspraak volgde op 27 januari 2022.
De rechtbank concludeerde dat het enkele feit dat verdachte als zzp’er werkzaamheden verrichtte en goederen liet ophalen onvoldoende is om medeplichtigheid of medeplegen aan te nemen. Vrijspraak werd uitgesproken voor handel in hennepstekken, voorbereidingshandelingen en deelname aan een criminele organisatie.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.