Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
STICHTING RADAR,
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen
- het verweerschrift met bijlagen
- de door [verzoekende partij] nagezonden stukken
- de mondelinge behandeling op 6 juli 2022, waarbij beide partijen een pleitnota overgelegd hebben.
2.De feiten
1 april 2022 gestuurd. Zij heeft [verzoekende partij] daarbij in de gelegenheid gesteld op de inhoud daarvan te reageren.
3.Het geschil
4.De beoordeling
’s avonds thuis en vroeg haar wat voor kleur lingerie ze droeg, alsmede: “heb je je wel geschoren daar beneden?”. [naam 1] geeft te kennen zich hier niet goed raad mee te weten en probeerde er afwijzend op te reageren, maar hij overrompelde haar met dit soort vragen en kwam daarin soms vrij dwingend over, waardoor ze toch antwoord gaf. [verzoekende partij] vroeg wat voor fantasieën zij had over hen drieën en bracht het onderwerp ‘seks op locatie’ ook weer ter sprake. [naam 1] gaf te kennen dat absoluut niet te willen, waarop hij reageerde: “ja, jawel [naam 1] , kom, even op je knietjes in de [naam kamer 2] .”
nietgeloofwaardig zou zijn, zoals [verzoekende partij] meent, valt dan ook niet in te zien. De enkele stelling dat [naam 1] zich schuldig zou voelen jegens haar partner en [verzoekende partij] daarom de schuld in de schoenen zou willen schuiven, zoals [verzoekende partij] heeft geopperd, is mede in het licht van het voorhanden steunbewijs voor die juistheid van die verklaring, onvoldoende. Met name valt dan niet te begrijpen waarom [naam 1] juist ruchtbaarheid aan de gebeurtenissen heeft gegeven, waar zij er ook voor had kunnen kiezen om erover te zwijgen.
dringendereden voor ontslag. De handelwijze van [verzoekende partij] was niet alleen seksueel (ver) grensoverschrijdend maar heeft zich bovendien gemanifesteerd binnen een machtsverhouding. [verzoekende partij] was als manager en leidinggevende werkzaam in de organisatie van Radar , en (in ieder geval) [naam 1] is een aanzienlijk jongere vrouwelijke collega, die net in dienst was getreden en zich ten opzichte van [verzoekende partij] in een afhankelijkheidspositie bevond. Daarmee heeft [verzoekende partij] ook misbruik gemaakt van zijn positie.
positiefgetuigschrift te verstrekken. Radar heeft gelijk met haar stelling dat de wet haar niet daartoe verplicht. Ook dit onderdeel van [verzoekende partij] verzoek wordt daarom afgewezen.