De rechtbank Limburg heeft op 27 januari 2022 uitspraak gedaan in een strafzaak waarin verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag door meerdere keren met een baksteen op het hoofd van het slachtoffer te slaan en hem te trappen. Tevens werd bewezen verklaard dat verdachte de auto van het slachtoffer heeft beschadigd. De verdediging stelde dat verdachte voorafgaand aan de feiten door het slachtoffer met de auto zou zijn overreden, maar deze stelling werd door de rechtbank verworpen.
Gelijktijdig met het vonnis werd een zorgmachtiging uitgesproken op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Uit medisch onderzoek bleek dat verdachte lijdt aan een schizotypische persoonlijkheidsstoornis met mogelijk kenmerken van een posttraumatische stressstoornis. De stoornis leidt tot ernstig nadeel voor verdachte en anderen, waaronder lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat verdachte zorgmijdend is en medicatie (antipsychotica) verplicht moet kunnen worden toegediend om ernstig nadeel af te wenden. De zorgmachtiging omvat medicatie, medische controles, insluiting, toezicht, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie voor de duur van zes maanden, met mogelijkheid tot tijdelijke overplaatsing naar een forensische instelling.
De zorgmachtiging is bij voorraad uitvoerbaar en moet binnen twee weken worden uitgevoerd. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen drie maanden na uitspraak.