Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2022
in de zaak tussen
[eiser] te [plaats] , eiser
de Belastingdienst Toeslagen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 149,-, in totaal dus € 1.785,-. Verweerder stelt dat op 12 december 2017 een bedrag van
€ 336,- van het voorschot zorgtoeslag 2018 is verrekend met een toeslagschuld zorgtoeslag 2013 en dat dus ook nog een bedrag van € 336,- aan voorschot zorgtoeslag 2018 aan eiser ten goede is gekomen. In totaal is dus € 2.121,- zorgtoeslag 2018 aan eiser ten goede gekomen. Omdat eiser maar recht heeft op € 1.410,- moet hij € 711,- (€ 2.121 - € 1.410) terugbetalen. Dit bedrag is verhoogd met € 17,- rente zodat het totaal terug te betalen bedrag € 728,-. is.
30 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:358) hanteren de hoogste bestuursrechters als uitgangspunt dat, in het geval van niet-aangetekende verzending van een besluit of een ander rechtens van belang zijnd document, het bestuursorgaan aannemelijk moet maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst van het besluit of ander relevant document op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Indien het bestuursorgaan de verzending naar het juiste adres aannemelijk heeft gemaakt, ligt het vervolgens op de weg van de geadresseerde dat vermoeden te ontzenuwen. Daarvoor moet de geadresseerde feiten stellen op grond waarvan de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld.
hogerezorgtoeslag werd vastgesteld. Daarmee bleek de verrekening dus achteraf bezien onterecht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het bestreden besluit daarom onvoldoende gemotiveerd en kan dit niet in stand blijven.
€ 711,- teveel zorgtoeslag heeft ontvangen is dus juist.
.