Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
en met17 februari 2022 liep, is [eiser] overgegaan tot dagvaarden op 17 februari 2022, waarbij tevens geen rekening is gehouden met de door [gedaagde] verrichte deelbetaling van € 667,50. [eiser] heeft bij akte van 2 maart 2022 weliswaar zijn eis verminderd met € 667,50 echter is dit bedrag niet, zoals door [eiser] gesteld,
nadagvaarden ontvangen, maar binnen de door hem gestelde betalingstermijn. De deelbetaling strekt dan ook volledig in mindering op de huurachterstand zodat deze ten tijde van dagvaarden € 1.417,50 (€ 1.795,93 minus € 378,43 aan incassokosten) bedroeg. Dit bedrag aan huurachterstand zal worden toegewezen, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 18 februari 2022 tot de dag van voldoening.