De rechtbank Limburg heeft op 3 mei 2022 een beschikking gegeven over een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verblijft sinds juni 2021 vrijwillig bij de grootouders vanwege de psychische en verslavingsproblematiek van de moeder.
De raad stelde dat de moeder onvoldoende in staat is om voor de minderjarige te zorgen, mede door haar OCD, PTSS en drugsgebruik, en dat de minderjarige ernstige ontwikkelingsbedreiging ondervindt. De moeder is gemotiveerd om aan zichzelf te werken, maar hulpverlening in het vrijwillige kader heeft niet het gewenste effect gehad. De vader heeft geen verweer gevoerd.
De kinderrechter oordeelde dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de ernstige bedreiging voor de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. De machtiging tot uithuisplaatsing bij de grootouders wordt voor zes maanden verleend, met aanhouding van de resterende termijn, zodat de voortgang kan worden gevolgd. Contact tussen moeder en minderjarige moet worden gewaarborgd, bij voorkeur op neutrale locatie. De GI krijgt opdracht voortvarend de regie te nemen over de hulpverlening.