Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 19 mei 2022.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
- het netto equivalent van € 436,03 bruto aan achterstallig loon bij ziekte over augustus 2021 tot en met maart 2022, vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro van 50% en het geheel (de optelsom) nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening,
- vanaf april 2022 tot aan het moment van herstel dan wel het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst het netto equivalent van € 1.801,17 bruto bij ziekte, en - voor het geval voldoening niet steeds uiterlijk aan het einde van de betreffende maand plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke verhoging wegens vertraging en wettelijke rente,