ECLI:NL:RBLIM:2022:3499

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 mei 2022
Publicatiedatum
6 mei 2022
Zaaknummer
ROE 20/2511 en ROE 20/2583
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling geluidsboxenverbod op terras in tijdelijke omgevings- en terrasvergunning

Complex BV kreeg een tijdelijke omgevingsvergunning en terrasvergunning voor een gevelterras bij haar horecagelegenheid in Maastricht. Verweerders voegden aan deze vergunningen een voorschrift toe dat het gebruik van versterkte muziekbronnen op het terras niet is toegestaan. Complex BV stelde beroep in tegen dit voorschrift.

De rechtbank overwoog dat verweerders het voorschrift mochten verbinden aan de vergunningen op basis van het criterium van een goede ruimtelijke ordening en het gemeentelijke Terrassenbeleid. De rechtbank vond de motivering voldoende, waarbij verweerders stelden dat versterkte muziek de uitstraling van het terras op de omgeving negatief beïnvloedt en dat het voorkomen van precedentwerking een legitiem belang is.

Complex BV voerde aan dat het verbod niet noodzakelijk is en dat het geluidsniveau begrensd zou worden tot 75 dB. De rechtbank achtte het aannemelijk dat het geluid hoorbaar zou zijn en dat het verbod niet onevenredig is, mede omdat versterkte muziek niet onderdeel was van de oorspronkelijke aanvraag en het terras door de vergunning überhaupt mogelijk is gemaakt.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het geluidsboxenverbod op het terras wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummers: ROE 20/2511 en ROE 20/2583
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2022 in de zaken tussen

Complex BV, te Maastricht, eiseres

(gemachtigde: mr. R.T.L.J. Jongen),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht en de burgemeester van Maastricht, verweerders
(gemachtigde: T. Goessens).
Als derde-partij (belanghebbenden) hebben aan het geding deelgenomen:
[naam derdepartij] en
[naam derdepartij 2], te [plaats 1]
(gemachtigde: mr. S. Oord).

Procesverloop

Bij besluit van 3 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders (het college) eiseres een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor een gevelterras op het perceel [adres] te [plaats 2] bij eisers horecagelegenheid (het primaire besluit 1). Voor het exploiteren van dit terras heeft de burgemeester op 25 mei 2020 een tijdelijke terrasvergunning verleend (het primaire besluit 2).
Bij besluit(en) van 24 augustus 2020 (het bestreden besluit) hebben verweerders (ieder voor de eigen bevoegdheid) de bezwaren van omwonenden tegen de primaire besluiten niet-ontvankelijk dan wel ongegrond verklaard en aan de tijdelijke vergunningen het nadere voorschrift toegevoegd dat het plaatsen/gebruiken van versterkte muziekbronnen (geluidboxen) op het terras niet is toegestaan.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2022. Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde. Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep in beide zaken ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Het beroep van eiseres richt zich tegen het bij het bestreden besluit verbonden voorschrift aan de vergunningen. Eiseres wil graag dat versterkte muziek op het terras mogelijk is en vindt dat de noodzaak van het verbod daarop niet is aangetoond en dat geluidoverlast niet aannemelijk is omdat de geluidboxen zullen worden begrensd tot een geluidniveau van 75 dB.
3. De rechtbank is van oordeel dat verweerders het nadere voorschrift met betrekking tot (het niet toestaan van) de geluidboxen aan onderhavige vergunningen hebben mogen verbinden. Wat betreft het primaire besluit 1 heeft het college hieraan het criterium van een goede ruimtelijke ordening ten grondslag gelegd en wat betreft het primaire besluit 2 heeft de burgemeester het gemeentelijke Terrassenbeleid daaraan ten grondslag gelegd. Verweerders hebben de redenen voor het voorschrift voldoende gemotiveerd door te wijzen op de uitstraling van een terras met versterkte muziek op de omgeving, welke uitstraling verweerders kennelijk in het algemeen en ook op deze plek ongewenst vinden. Dat is een beleidsmatige afweging van verweerders en verweerders mogen dat vinden. Muziek op een terras heeft immers effect op de uitstraling die dat terras op de omgeving heeft en weliswaar zijn er op korte afstand geen woningen gelegen, maar het terras ligt wel aan openbaar gebied met (veel) passanten. De begrenzing tot 75 dB neemt die uitstraling niet weg. De rechtbank acht het aannemelijk dat het muziekgeluid hoorbaar zal zijn in de omgeving van het terras. Verweerder mocht ook belang hechten aan het voorkomen van precedentwerking. Onderhavig terras is weliswaar ‘solitair’ gelegen aan de Maas, maar er bevinden zich meerdere solitaire terrassen aan deze (oost)zijde van de Maas.
4. Over de stelling van eiseres dat het voorschrift onevenredig zou zijn, overweegt de rechtbank dat verweerders met de vergunningen het terras, dat eerst niet was toegestaan, mogelijk hebben gemaakt en dat eiseres daarmee krijgt wat zij heeft gevraagd. Versterkte muziek maakte ook geen onderdeel uit van de aanvraag. Het betreft dus een positief besluit, zij het dat daarin een beperking is aangebracht. Omdat niet is gebleken dat de geluidsboxen op het terras financieel of anderszins noodzakelijk zijn voor eiseres, is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat het voorschrift onevenredig is. In dit verband merkt de rechtbank nog op dat geluidsboxen binnen wel zijn toegestaan.
5. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Snijders, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.W. Seylhouwer, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2022.
rechter
De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op: 6 mei 2022

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.