De rechtbank Limburg heeft op 19 april 2022 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte die ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een minderjarige van 14 jaar. De verdachte heeft bekend en het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, een NFI-rapport en een bekentenis van de verdachte.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte in de periode van 29 tot en met 30 maart 2019 seksuele handelingen heeft verricht die mede bestonden uit het binnendringen van het lichaam van het slachtoffer, die destijds tussen twaalf en zestien jaar oud was. De verdachte is strafbaar bevonden omdat geen omstandigheden zijn aangevoerd die zijn strafbaarheid uitsluiten.
De rechtbank heeft de ernst van het feit meegewogen, evenals de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Er is gekozen voor een straf van 180 dagen gevangenisstraf waarvan 178 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, aangevuld met een taakstraf van 240 uur. De rechtbank heeft de strafeis van de officier van justitie, die 30 maanden gevangenisstraf vorderde, grotendeels verworpen.
Daarnaast is een schadevergoeding van €2.500 toegewezen aan het slachtoffer wegens immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 maart 2019. De vordering van de benadeelde partij is verder gedeeltelijk afgewezen. De schadevergoedingsmaatregel is opgelegd zodat de Staat de inning verzorgt. De verdachte is tevens veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij.