Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2022:3046

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
19 april 2022
Publicatiedatum
19 april 2022
Zaaknummer
03/153838-21
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 Wetboek van StrafrechtArt. 247 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarige

De rechtbank Limburg behandelde op 5 april 2022 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van ontucht met een minderjarige. Het slachtoffer verklaarde dat verdachte een van de mannen was die ontucht met haar pleegde, waaronder seksueel binnendringen. De officier van justitie achtte dit bewezen, terwijl de verdediging stelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte.

De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het slachtoffer helder en consistent was, maar dat deze onvoldoende werd ondersteund door ander bewijsmateriaal uit een onafhankelijke bron. Getuigenverklaringen en DNA-sporen van andere personen boden geen steun voor de betrokkenheid van verdachte. Het enkele feit dat het telefoonnummer van verdachte genoemd werd, was onvoldoende als bewijs.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens de vrijspraak. De rechtbank benadrukte dat in zedenzaken het bewijs niet uitsluitend op de verklaring van het slachtoffer kan steunen, maar door ondersteunend bewijs gestaafd moet worden.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor ontucht met minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03/153838-21
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 april 2022
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] , Afghanistan, op [geboortedag] 2000,
wonende te [adres] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. W.J.J. Lunsingh Tonckens, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 april 2022. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , die op dat moment de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt. Primair is ten laste gelegd dat de ontucht mede bestond uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde bewezen. Het slachtoffer [slachtoffer] heeft verklaard dat de verdachte één van de mannen is geweest die in de nacht van 29 op 30 maart 2019 ontucht met haar heeft gepleegd, waarbij sprake was van het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] . De verklaring van [slachtoffer] vindt op verschillende onderdelen steun in het politiedossier. Zo beschrijft een getuige dat [slachtoffer] die avond tegen hem heeft gezegd dat zij zich niet op haar gemak voelde in de woning van de verdachte. Tegenover de verklaring van [slachtoffer] , staat de ontkennende verklaring van de verdachte. Deze verklaring van de verdachte is, gelet op de inhoud van het procesdossier, op meerdere punten kennelijk leugenachtig.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat dat de verdachte ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , zodat de verdachte vrijgesproken moet worden. Het dossier bevat geen bewijsmiddelen die de verklaring van [slachtoffer] op dit punt ondersteunen. De verdachte ontkent ontucht met haar gepleegd te hebben.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] . De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs is dat de verdachte ontucht met haar heeft gepleegd, zodat de verdachte vrijgesproken moet worden. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit voor [slachtoffer] en haar familie misschien moeilijk te begrijpen is en zal daarom toelichten waarom de verdachte voor dit feit wordt vrijgesproken.
Het juridisch kader
Deze zaak betreft een zogenoemde zedenzaak. Zedenzaken zijn bewijstechnisch vaak lastige zaken. Dit komt omdat er bij dit soort zaken vaak maar twee personen aanwezig zijn als er seksuele handelingen verricht worden, namelijk degene die zich als slachtoffer ziet en degene die als de dader wordt gezien. Veelal is het dan ook nog zo dat de (belastende) verklaring van het slachtoffer lijnrecht staat tegenover de (ontkennende) verklaring van de verdachte. Getuigen van de gebeurtenissen zijn er vaak niet. Ook in deze zaak is dit het geval.
In de wet is bepaald dat het bewijs dat de verdachte een feit heeft begaan niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van één bewijsmiddel, zoals de verklaring van het slachtoffer/de aangever. Ook als die verklaring betrouwbaar wordt geacht, is die enkele verklaring onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. De verklaring moet in ieder geval ondersteund worden door één bewijsmiddel uit een andere bron. Het ondersteunend bewijsmateriaal mag niet in een te ver verwijderd verband staan met de verklaring van het slachtoffer en dit bewijsmateriaal moet bovendien uit een andere bron stammen.
De beoordeling van de rechtbank
[slachtoffer] heeft verklaard dat meerdere mannen ontucht met haar hebben gepleegd toen zij in de nacht van 29 op 30 maart 2019 in de woning van de verdachte verbleef. Een van die mannen zou de verdachte zijn geweest. [slachtoffer] heeft voldoende helder en consistent verklaard over wat er zich die nacht in de woning van de verdachte heeft afgespeeld. In zoverre kan haar verklaring dan ook als uitgangspunt genomen worden.
Vervolgens dient beoordeeld te worden of deze verklaring van [slachtoffer] in voldoende mate steun vind in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. De rechtbank is van oordeel dat dit niet is gebleken.
Zo kan de verklaring van de moeder van [slachtoffer] niet als steunbewijs dienen, omdat zij alleen verklaart wat zij van [slachtoffer] heeft gehoord. Ook het feit dat er vaker meisjes in de woning van de verdachte waren, dat getuigen verklaren dat [slachtoffer] die nacht niet op haar gemak was in de woning van de verdachte en dat in de onderbroek die [slachtoffer] die nacht aan had, sperma is aangetroffen van medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , en een onbekende man (in het dossier aangeduid als ‘onbekende man A’) alsmede ander DNA-materiaal van één onbekend persoon (in elk geval niet van verdachte), vormt geen steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer] dat de verdachte één van de personen is geweest die ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] .
Uit het dossier blijkt wel dat een van de telefoonnummers die [slachtoffer] noemt als telefoonnummers van de mannen die ontucht met haar hebben gepleegd, het telefoonnummer van de verdachte betreft. Deze enkele constatering is echter onvoldoende om steun te bieden aan de aangifte van [slachtoffer] , in die zin dat hieruit niet afgeleid kan worden dat de verdachte de betreffende nacht ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] .
Dit betekent dat er onvoldoende wettig bewijs voorhanden is om verdachte te veroordelen voor ontucht, zodat de verdachte voor zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

4.De vordering van de benadeelde partij

Gelet op de omstandigheid dat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken, kan de benadeelde partij niet in haar vordering worden ontvangen, zodat zij
niet-ontvankelijk verklaard zal worden.

5.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde;
De vordering van de benadeelde partij
  • verklaart de benadeelde partij [wettelijk vertegenwoordigster] van [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering;
  • veroordeelt de benadeelde partij [wettelijk vertegenwoordigster] van [slachtoffer] in de kosten, door de verdediging ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;
Dit vonnis is gewezen door mr. L.E.M. Hendriks, voorzitter, mr. M.M. Beije en mr. R.J.M.G. Rulkens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.H.J. Muijlkens, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 april 2022.
Buiten staat
mr. L.E.M. Hendriks en mr. R.J.M.G. Rulkens zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij in of omstreeks de periode van 29 maart 2019 tot en met 30 maart 2019 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ;
( art 245 Wetboek Pro van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 29 maart 2019 tot en met 30 maart 2019 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens)
- ( tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of doende zijn die [slachtoffer] te (tong)zoenen en/of
- aanraken en/of betasten en/of strelen van en/of wrijven over/tussen een/de be(e)n(en) en/of de vagina van die [slachtoffer] en/of
- vastpakken en/of betasten en/of strelen van en/of wrijven over en/of knijpen in de borst(en) van die [slachtoffer] en/of
- uittrekken en/of naar beneden en/of omhoog doen van de kleding en/of de onderkleding van die [slachtoffer] en/of
- op die [slachtoffer] gaan en/of blijven liggen;
( art 247 Wetboek Pro van Strafrecht )