Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 april 2022 in de zaak tussen
[naam 1], uit [plaats], eiseres,
de korpschef van Politie, verweerder,
Procesverloop
Beslissing
14 april 2022.
Rechtbank Limburg
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor plaatsing in de functie van Senior Forensische Opsporing, welke door verweerder is afgewezen in het primaire besluit. Na bezwaar verklaarde verweerder dit bezwaar ongegrond in het bestreden besluit 1, waarop eiseres beroep instelde. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht en onvoldoende rekening had gehouden met de door eiseres overgelegde verklaringen.
Verweerder heeft vervolgens een nieuw besluit genomen (bestreden besluit 2) waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard met een uitgebreidere motivering. De rechtbank stelt vast dat verweerder hiermee het gebrek uit de tussenuitspraak heeft hersteld door de feitelijke werkzaamheden van eiseres in de referteperiode zorgvuldig vast te stellen, te beoordelen en te kwalificeren.
De rechtbank volgt verweerder in zijn conclusie dat de werkzaamheden van eiseres niet in overwegende mate voldoen aan de niveaubepalende elementen van de functie Senior Forensische Opsporing. Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.