Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding met producties 1 en 2;
- de door [gedaagde] bij schrijven van 20 maart 2022 in het geding gebrachte producties 1 t/m 3;
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Limburg
Partijen zijn voormalige echtgenoten die in 2018 een regeling troffen over de verdeling van hun voormalige echtelijke woning en de daarbij behorende spaarhypotheek. De regeling bepaalde dat de woning aan gedaagde zou worden toegedeeld onder de voorwaarde dat hij eiseres zou ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek en een overbedelingsvergoeding zou betalen.
Gedaagde is echter in gebreke gebleven met de uitvoering van deze regeling, waaronder het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, en is bovendien achterstallig geraakt met hypotheekbetalingen, welke eiseres heeft voldaan. Eiseres vordert nakoming van de regeling en ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, met een dwangsom bij niet-nakoming.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van eiseres gegeven is vanwege de dreiging van executoriale verkoop door de hypotheekverstrekker. Gedaagde heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres de correspondentie over een vermeende regeling uit 2019 heeft ontvangen. Daarom wordt gedaagde veroordeeld tot nakoming van de regeling, met een dwangsom van €100 per dag, en wordt bepaald dat dit vonnis bij weigering dezelfde kracht heeft als ondertekening van de koopovereenkomst en leveringsakte.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot nakoming van de regeling en ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid met dwangsom en vervangende machtiging voor ondertekening koopovereenkomst.